Geschiedenis van De Rode Ridder
De voorlopers
Willy Vandersteen heeft steeds belangstelling gehad voor het avontuur. Dat daar
ook ridders hun plaats in opeisten, zal wel niemand verwonderen. Zeker niet voor
een rasverteller als hij. De duistere middeleeuwen boden zondermeer voldoende
stof voor spannende avonturen. en hij kon er bepaalde morele waarden, zoals het
zwaard in dienst van de armen en verdrukten, mooi in verwerken.
Lancelot
In 1945 tekende hij zijn eerste ridder. Lancelot zag het levenslicht in het
weekblad Bravo. De koene ridder was evenwel geen lang leven beschoren. In
de loop van 1946 legde hij er het bijltje (en het zwaard) bij neer. Het was een
kolderverhaal in de typische sprookjessfeer die Vandersteen zo meesterlijk wist
te evoceren.
Lancelot
werd tot ridder geslagen toen hij de ontvoerde prinses Alwina wist te bevrijden.
Hij kreeg daarbij de hulp van haar vader. Lancelot beleefde nog een hele reeks
avonturen en moest het opnemen tegen een heks, een tovenaar en een leger
vikings. Ook Zwartbaard ontbrak niet. En in tegenstelling tot zijn latere
beroemde collega, Johan de Rode Ridder, huwde Lancelot met prinses Alwina.
Zoo ik een riddertje was
In één van de verhaaltjes uit de mooie reeks "Zoo ik een riddertje
was" speelde een riddertje de hoordrol. Het ging hier om geïllustreerde
kinderverhaaltjes. De mooie lay-out van Karl De Schutter zorgde ervoor dat deze
boekjes model stonden voor het betere kinderboek uit die tijd (1945-1946).
uitgeverij Casterman vond ze goed genoeg om er een Franstalige editie van te
maken. Deze verhaaltjes waren een bevestiging van Vandersteens talent.
Ridder Gloriant
De hoofdredacteur van de N.V. De Gids, Tony Herbert, gaf een nieuwe start aan
het familieweekblad Ons Volk. Hij vroeg Vandersteen een realistisch
avonturenverhaal te tekenen. Vandersteen was hierbij vrij in de keuze van het
onderwerp. Hij koos voor een ridderstrip. Dat werd Ridder Gloriant. Deze
moest duidelijk een tegenhanger worden van Lancelot, maar het werd voor
Vandersteen een moeilijke klus. Tot op dat moment waren humor en gags de sterke
punten van Vandersteen. Sterker dan zijn tekenwerk. Ridder Gloriant werd
dan ook geen succes, ook al omdat Willy Vandersteen duidelijk moeite had met de
realistische stijl. Het verhaal was heel eenvoudig van opbouw. Ridder
Gloriant trok van het ene gevecht naar het andere. Hij moest het opnemen
tegen de Hunnen, en zo versloeg hij de legendarische hoofdman Atilla de Hun. In Ons
volkske van 14 maart 1946 liep het verhaal en de carrière van Gloriant
teneinde.
De start
Op 6 november 1959 verscheen in De Standaard een nieuwe serie van de hand van
Willy Vandersteen, een ridderstrip met als serietitel De Rode Ridder.
Daar ging heel wat aan vooraf.
De start
van De Rode Ridder was nauw verbonden met de jeugdschrijver Leopold
Vermeiren. Die had de figuur van Johan, De Rode Ridder, in 1946 ontworpen
voor het jeugdblad De Kleine Zondagsvriend. Het waren korte verhaaltjes
die door Paul Ausloos (die later aan de wieg zou staan van de uitgeverij Sheed
& Ward te Antwerpen) geïllustreerd werden. Diezelfde Ausloos stelde in 1954
voor om die korte verhaaltjes te bundelen in boekvorm, uiteraard in het fonds
van uitgeverij Sheed & Ward, waar hij intussen mede-eigenaar van was
geworden. Leopold Vermeiren was het ermee eens, en de Rode Ridder-boeken
begonnen regelmatig te verschijnen bij uitgeverij Sheed & Ward in Antwerpen.
In 1957 zou een incident binnen de muren van de N.V. Standaard Boekhandel de
geschiedenis van de Rode Ridder beïnvloeden...
Joris Schaltien was een van de kaderleden van de afdeling schoolboeken op de
uitgeverij en had grote inspanningen geleverd om de Vlaamse hoogleraren ertoe te
brengen hun eigen schoolboeken te schrijven en uit te geven bij de uitgeverij.
Dit initiatief had heel wat navolging gekregen en Schaltien achtte de tijd rijp
voor een greep naar de directeursfunctie. Dit mislukte en Schaltien verliet de
uitgeverij. Op dat ogenblik liep Sheed & Ward niet goed meer, en Schaltien
kocht in één keer ale aandelen van de broers Ausloos en Govaerts. Hij
veranderde de naam van de uitgeverij in De Zuid-Nederlandsche en maakte er een
succes van. In deze overname zaten ook de Rode Ridder-boeken en Schaltien
maakte in overleg met Leopold Vermeiren de eerste plannen voor een stripreeks
rond deze figuur. Schaltien kende het mechanisme van strips goed uit zijn tijd
bij de N.V. Standaard Boekhandel, en hij probeerde in 1959 Karel Verschuere
ertoe over te halen deze stripreeks voor De Zuid Nederlandsche te tekenen.
Verschuere zat echter met een contract bij Vandersteen, en pleegde overleg met
zijn mentor. Vandersteen was niet enthousiast over dit plan, en besloot de
kwestie met zijn uitgever Antoon Sap te bespreken. Sap doorzag de bedoelingen
van Schaltien, en besloot in de tegenaanval te gaan, en met succes. Hij slaagde
erin de situatie om te keren en haalde Leopold Vermeiren over om zijn werk bij
de N.V. Standaard Boekhandel uit te geven. Vanaf 1959 werden de Rode Ridder-albums
bij deze uitgeverij uitgegeven.
Het eerste album
Inmiddels had Vandersteen zijn gedachten laten gaan over de ridderstrip, en hij
zette de eerste schetsen op papier. in overleg met Leopold Vermeiren werd
besloten Johans schildknaap Koenraad niet in de strip op te laten treden. Ook
schreef Vandersteen zelf de scenario's. Vermeiren wilde dit liever niet zelf
doen, omdat hij ook inspecteur was van het lager onderwijs. En strips en
onderwijs waren toen nog geen beste maatjes.
Aangezien Karel Verschuere het personage reeds had getekend voor de verhalen van
Vermeiren, werd hij door Vandersteen bij het project betrokken. Hij maakte de
potloodtekeningen die door Eduard de Rop en zoon Bob Vandersteen in inkt werden
gezet en van de juiste decors voorzien. Omstreeks deze tijd kreeg Willy
Vandersteen de kans om een verre reis te maken naar het Oosten, op kosten van de
uitgeverij. Zodoende gaf hij zijn medewerkers de opdracht het eerste verhaal
volledig uit te werken. toen Vandersteen op 27 oktober 1959 van zijn reis
terugkeerde, was het verhaal volledig klaar voor publicatie. Op 5 november
verscheen de aankondiging van Het Gebroken Zwaard in de kranten van de
Standaard Groep. Het verhaal zou met Kerstmis in albumvorm aangeboden worden.
Verdere ontwikkelingen
Aan de volgende afleveringen zou Willy Vandersteen zelf met hart en ziel werken.
Hij schreef de scenario's en maakte de schetsen, die dan door de medewerkers
werden uitgwerkt. Enkele voorbeelden hiervan zijn Het Veenspook, De
Vrijschutter, Storm over Damme en De vuurgeest. Hierin werd Johan de Rode
Ridder geïntroduceerd, een ridder in de klassieke zin van het woord. Een
krijgsman die zijn zwaard in dienst stelde van de zwakken en verdrukten. Hij is
intelligent, leergierig en rechtvaardig. De scenario's waren spannend en zaten
vol met geheimzinnige elementen en spannende ontknopingen. De Rode Ridder
profileerde zich als een onwrikbare held die zonder één duimbreed af te wijken
van het rechte pad zijn tegenstanders in het stof deed bijten.
Karel
Verschuere verzorgde op magistrale wijze de inkting tot in het voorjaar van
1963. Privé-problemen maakten een einde aan zijn medewerking aan de reeks. Het
inkten werd overgenomen door de jonge Frank Sels, die dat tot in 1966 zou
blijven doen. Met Sels begon ook de cyclus rond de figuur van Koning Arthur, de
legendarische vorst van de Ronde Tafelridders. In deze Arthur-verhalen zette
Johan zich volledig in voor de idealen van zijn koning. Lancelot werd zijn
boezemvriend, en verder maakten we kennis met de alwetende Merlijn en de gade
van Arthur, Guinevere.
Karel Biddeloo
Vanaf album 44, Drie Huurlingen, levert Karel Biddeloo tekst en
tekeningen voor De Rode Ridder. Vandersteen was aanvankelijk niet zo
gelukkig met de evolutie van De Rode Ridder. Maar het succes van de reeks
bewees dat Biddeloo een heel nieuw en origineel elan aan de serie had
geschonken. De De Rode Ridder evolueerde van een klassieke ridderstrip
naar 'Sword and Sorcery', met fantasy-en science fiction-elementen.
De introductie van Bahaal, verpersoonlijking van het kwaad, en Galaxa, de
verpersoonlijking van het Goede, was een belangrijke stap. Bahaal bestond al in
de laatste albums die Vandersteen maakte, maar in de albums van Biddeloo kreeg
hij een uitgebreidere rol. Bovendien heeft Bahaal vanaf het verhaal De leeuw van
Vlaanderen ook de hulp van Demoniah, 'een duivelin in mensengedaante'. Samen
nemen die twee slechteriken het op tegen De Rode Ridder en zijn grote
liefde, de fee van het licht Galaxa, die voor het eerst optreedt in het
achtenvijftigste verhaal, De Toverspiegel.
De strijd tussen Goed en Kwaad is vaak het hoofdthema in De Rode Ridder.
Science-fiction is onder andere te vinden in de verhalen "De
vluchtelingen" en "Karpax de stalen man". Biddeloo schrikt er
niet voor terug om in De Rode Ridder ruimteschepen, of -wezens te laten
figureren. Maar deze science-fiction blijft onderworpen aan het overheersende
thema Goed versus Kwaad. Die nieuwe invloeden openden veel nieuwe mogelijkheden
voor De Rode Ridder, vindt Biddeloo. Hij leest zelf erg veel
science-fiction: 'De ingrediënten van dit genre zijn zo ruim dat één en ander
wel mogelijkheden biedt. Trouwens, heel wat van die utopische verhalen blijken
achteraf profetische eigenschappen te hebben...'
De strip momenteel
Vanaf 1999 speelt het hof van Koning Arthur opnieuw een belangrijke rol in de Rode
Ridder-verhalen. Merlijn kijkt namelijk in zijn kronieken en herinnert zich
de meest verbazingwekkende avonturen van de Rondetafelridders, en meer in het
bijzonder van de Rode Ridder en Lancelot. De grootste kracht van de reeks
schuilt nog steeds in de epische kwaliteiten waarmee de dynamische tekenstijl
perfect samengaat. Daarbij demonstreerd de tekenaar een enorme belezenheid, want
Karel haalt veel van zijn elementen uit mythen, sagen en legenden.
Bron: Standaard Uitgeverij en www.roderidder.be